Problemen met melkrobots

Waar moet u op letten?

Melkrobots functioneren niet altijd zo geweldig als in de fraaie verkoop-brochures wordt beloofd. Ons kantoor heeft de afgelopen 15 jaar ruime ervaring opgedaan met geschillen tussen melkveehouders en dealers/fabrikanten over gebrekkig werkende melkrobots. Uiteraard zien wij alleen de probleemgevallen en niet de bedrijven waar alles vlekkeloos verloopt. Wat gaat er zoal fout?

Aankoop
Het begint bij de aankoop. Welk merk en welke dealer gaat u kiezen? Een melkrobot is een technisch zeer geavanceerde machine en de aankoop daarvan vergt een forse investering. U dient zich te realiseren dat de aankoop van een verkeerde robot en/of slecht uitgevoerd onderhoud aan een robot zoveel schade kan aanrichten dat het bedrijf ten gronde kan worden gericht. Verhaal van deze schade is vaak beperkt in de door de fabrikant gehanteerde algemene voorwaarden. Het is daarom van belang om u zo goed mogelijk te oriënteren en kritisch te zijn, zowel ten aanzien van de potentiële robot als het potentiële onderhoudsbedrijf. Zo is het ene merk verder doorontwikkeld dan het andere merk, of bestaan er verschillen tussen robots van verschillende merken met betrekking tot de hoeveelheid informatie die wordt vastgelegd (denk aan: de melkingen per koe en per kwartier). Vertrouw niet blind op voorbeeldbedrijven waar u door de leverancier naar toe wordt gestuurd om de robot in werking te zien. Die voorbeeldbedrijven worden vaak door de fabrikant betaald en/of hebben bij de aanschaf korting gekregen om een positief verhaal te vertellen. Overigens zijn boeren vaak weinig geneigd een miskoop toe te geven.

Vraag zo nodig advies van een onafhankelijk melkwinningsdeskundige. Hij heeft meer ervaring met de verschillende type robots, weet wat er in de markt te koop is en kan kijken welke robot bij uw wensen past.

Daarnaast is het verstandig om het koopcontract te laten checken door een jurist, zodat u weet waar u (juridisch) aan begint. Zo is het, om de oorzaak van een eventueel gebrekkige werking te achterhalen (bijvoorbeeld een te hoog  celgetal of kiemgetal) noodzakelijk dat de melkveehouder over alle data kan beschikken, dus óók over de data waartoe alleen de dealer via zijn online verbinding toegang heeft. Het is verstandig om schriftelijk vast te leggen dat de dealer verplicht is om desgevraagd ook die extra data te verschaffen.

Aanleg en installatie
Leveranciers verleggen graag hun aansprakelijkheid, bijvoorbeeld door in het koopcontract op te nemen dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de aanleg van de elektrische voeding en aarding, zodat de melkveehouder zelf een installateur voor de elektra moet inschakelen. Doen zich vervolgens  bijvoorbeeld aardingsproblemen voor waardoor de koeien weigeren de melkrobots te betreden, dan wast de robotleverancier zijn handen in onschuld.

In 2018 was er op 30 robotbedrijven sprake van aardingsproblemen. Dealers en/of fabrikanten bezaten niet de noodzakelijke kennis om die problemen te verhelpen of lieten de boeren simpelweg aan hun lot over, zodat de veehouder genoodzaakt was de hulp van een externe deskundige in te schakelen.

Eis dus een volledige (turnkey) aanleg van de robot door de leverancier zonder nevenaannemers, of leg schriftelijk vast dat uw installateur de aanleg van elektra en aarding uitsluitend zal uitvoeren volgens de aanwijzingen van de robotleverancier.

Het moge duidelijk zijn dat de installering van een melkrobot meer omvat dan het enkel en alleen plaatsen van de robotbox. De machine moet nauwkeurig worden afgesteld en gekalibreerd. Dat vereist deskundig personeel bij de leverancier, maar ook een kritische veehouder. Zodra u opmerkt dat de machine (naar uw mening) niet goed werkt, communiceer dit dan naar de dealer (liefst schriftelijk, bijvoorbeeld per e-mail, sms of WhatsApp), zodat de machine zo snel mogelijk optimaal wordt afgesteld. Blijft u ontevreden? Klaag daarover (opnieuw: schriftelijk).

Service en onderhoud
Een melkrobot vergt regelmatig onderhoud. Zorg ervoor dat het service- en onderhoudscontract wordt afgesloten met de leverancier die de robots heeft verkocht en geïnstalleerd, níet met een derde partij c.q. een andere B.V. Als zowel de levering als het onderhoud zich in één hand bevindt, maakt het niet uit of de gebrekkige werking haar oorzaak vindt in een ondeugdelijke installering dan wel in ondeugdelijk onderhoud. Daarmee voorkomt u dat de leverancier naar het servicebedrijf wijst en andersom.
Het is niet nodig dat degene die die robots geleverd en geïnstalleerd heeft en waarmee een onderhoudscontract is afgesloten, ook daadwerkelijk zelf het onderhoud verricht, zolang het onderhoud maar onder verantwoordelijkheid van de leverancier plaatsvindt. Vooral bij de minder gangbare merken waarbij minder exemplaren per dealer worden verkocht, komt het geregeld voor dat het onderhoudspersoneel van de leverancier te weinig ervaring heeft en dus de vereiste deskundigheid ontbeert. Slecht onderhoud kan ertoe leiden dat de melkrobot slecht functioneert.

Sommige robotmerken hebben een landelijk service netwerk met monteurs die gespecialiseerd zijn in melkrobots. Zij voeren enkel onderhoud aan robots uit, zodat zij meer ervaring en kennis bezitten.

Laat als melkveehouder sowieso nooit een vreemde externe partij aan de robots sleutelen. Dat geeft de dealer de kans om de eventueel slechte werking te wijten aan die externe partij en zelf zijn handen in onschuld te wassen en zodoende zijn aansprakelijkheid te ontlopen.

Een KOM-certificaat zegt alleen iets over vacuüm en pulsaties, maar gaat bijvoorbeeld niet in op de werking van de robotsoftware. Bovendien wordt dit rapport opgesteld door de dealer zelf.

Een melkrobot is een technisch zeer ingewikkeld apparaat waarvan de werking door vele externe factoren kan worden beïnvloed. Het kan het lang duren voordat een eventueel probleem wordt opgelost (maanden, zo niet jaren). De veehouder is daarbij afhankelijk van de kennis, ervaring en doortastendheid van het servicebedrijf. Ondertussen kan grote schade worden geleden. Wees als veehouder ook op dit punt kritisch en zorg ervoor dat u zaken documenteert (maak foto’s en/of filmpjes). Let er op dat er regelmatig een back-up wordt gemaakt van de data, met name indien de data na verloop van tijd wordt overgeschreven. Het verzamelen van data is nu juist één van de voordelen van een melkrobot, het wordt mogelijk om patronen inzichtelijk te maken (zowel in positieve als in negatieve zin).

Onderneem zo nodig zelf actie, bijvoorbeeld door een onafhankelijk melkwinningsspecialist in te schakelen en hem te vragen het functioneren van de machine te beoordelen en ter zake daarvan een rapport op te stellen. Betrek daarbij de dealer, zodat in dat onderzoek ook de data kunnen worden betrokken waartoe alleen de dealer toegang heeft.

De melkveehouder dient zich te realiseren dat een dealer die het onderhoud verricht liefst geen bewijs levert dat tegen hem/haar kan worden gebruikt. Er zijn praktijkgevallen bekend waarbij het onderhoudspersoneel van de dealer geen gebruik maakte van de lijst met onderhoudsinstructies zoals voorgeschreven door de fabrikant, zodat bijvoorbeeld slijtdelen niet tijdig werden vervangen. Evenmin werd een logboek bijgehouden. De monteur hoort bij ieder bezoek het logboek bij te werken en bij de robot achter te laten. Controleer of in het logboek wordt genoteerd welk probleem (bijv. cel- of kiemgetal) zich voordeed (dus uw klacht), hoe de monteur getracht heeft dit te verhelpen, wat er nog dient te gebeuren, enzovoort.

Schade ten gevolge van gebreken
Een gebrekkige werking van de melkrobot kan ertoe leiden dat de beloofde productiestijging met 10% en (gemiddeld) 2,8-3,0 melkingen per etmaal niet wordt gehaald. Die productiestijging is o.a. nodig om de hogere gebruiks- en onderhoudskosten van de robot te dekken. Overigens zijn er gevallen bekend waarin, door de vele problemen, de onderhoudskosten opliepen tot 3,5 cent per kg melk in plaats van de vaak voorgespiegelde 1 cent per kg melk.

Geregeld zien wij melkveehouders waar, in plaats van een productiestijging, sprake is van een productiedaling na de omschakeling van traditioneel melken naar robotmelken. Een lagere melkproductie kan allerlei oorzaken hebben.
Zo sluit een robot van het ene merk beter aan dan een melkrobot van een ander merk. Het kan ook zijn dat het uitgangspunt goed is, maar dat het functioneren ‘verpest’ wordt door slecht onderhoud.  Denk aan het geval waarin de onderhoudsmonteur de kalkaanslag op het glas voor de camera verwijderde met zijn stanleymes, zodat er krassen op het glas konden ontstaan. Door die krassen kon de camera de spenen in de loop van de tijd steeds moeizamer vinden zodat de aansluiting steeds slechter verliep.

Als gevolg van een gebrekkige aansluiting daalt het aantal koeien dat per etmaal door de robot kan worden gemolken. Tevens daalt dan het aantal melkingen per koe per etmaal. Verse koeien worden niet gestimuleerd in hun melkproductie en zullen daardoor  in hun verdere lactatie niet hun piekproductie behalen. De melkproductie zal steeds achterblijven. Minder melkingen per etmaal en/of niet volledig leegmelken kan resulteren in een verlies van duizenden kilo’s melk per koe per lactatie.

Duurt het aansluiten te lang, dan kan de koe inmiddels haar melk hebben ‘opgetrokken’, zodat zij niet wordt leeggemolken en er melk in haar uier achterblijft. Een niet leeggemolken uier of kwartier vergroot het risico op uiergezondheidsproblemen, denk aan uierontsteking (mastitis). Een slechte uiergezondheid drukt de melkproductie en kan leiden tot een verhoogde uitstoot, zodat er meer jongvee moet worden opgefokt.

Voorbeeld: een dealer vergat bij de aanleg van de robot om zeefjes aan te brengen bij de melkstroomsensoren, zodat die sensoren verontreinigd konden raken, waardoor de melkstroommeting verstoord raakte en de melkbekers te vroeg werden afgehaald, zodat de koeien niet leeggemolken werden. Dit leidde tot grootschalige uierontsteking. De oorzaak hiervan (namelijk het ontbreken van de zeefjes) werd pas na een halfjaar achterhaald, omdat het onderhoudspersoneel niet de onderhoudsinstructies van de fabrikant gebruikte en de melkstroomsensoren niet periodiek controleerde.

Daarnaast kan er sprake zijn van een gebrekkige (tussentijdse) reiniging. Dit verhoogt het risico op overdracht van mastitis, aangezien met één melkstel zo’n 168 tot 180 melkingen per etmaal worden uitgevoerd (60 x 2,8-3,0).

Denkbaar is ook een slechte afstelling van de koeherkenning. Mij is een praktijkvoorbeeld bekend waarin een slechte koeherkenning leidde tot enorme problemen, omdat melkingen van de ene koe werden bijgeschreven op het conto van een andere (nog ongemolken) koe. Die verstoring veroorzaakte een reeks van schadelijke neveneffecten, zo werden koeien naar buiten gelaten, omdat in het systeem geregistreerd stond dat zij gemolken waren, terwijl dat feitelijk niet zo was. Deze problemen konden jarenlang voortduren en werden uiteindelijk pas na inschakeling van een andere dealer opgelost.

Juridische mogelijkheden
Volgens het Burgerlijk Wetboek moet een product de eigenschappen bezitten die de koper redelijkerwijs van de melkrobot mag verwachten. Indien dat niet het geval is (denk aan: een gebrekkige aansluiting, te vroeg afhalen, niet goed leegmelken, slechte uiergezondheid, onjuiste koeherkenning, etc.) dient de melkveehouder binnen zes weken na ontdekking van de gebrekkige werking te klagen bij de verkoper. Doe dat per e-mail, zodat u bewijs kunt leveren van uw klacht.
Volgens de wet verjaart twee jaar na de klacht het recht op behoorlijke nakoming, ontbinding (ongedaanmaking) van de koop of op schadevergoeding. Die verjaringstermijn kan voorafgaande aan het moment waarop die termijn verstrijkt, nog worden gestuit. Raadpleeg vóór het verstrijken van die termijn tijdig uw rechtsbijstandsverzekeraar of advocaat.

De koper van een melkrobot dient zich te realiseren dat robotleveranciers algemene voorwaarden (bijvoorbeeld Metaalunievoorwaarden) op de koop- en levering en op hun onderhoudscontracten van toepassing zullen verklaren, waarin zij trachten hun aansprakelijkheid zoveel mogelijk te beperken. Bekende bepalingen zijn die waarin de leverancier verklaart alleen aansprakelijk te zijn voor directe schade, maar niet voor indirecte schade. Bij directe schade moet men denken aan productiederving door niet leegmelken. Indirecte schade is bijvoorbeeld de kosten van extra opfok van jongvee vanwege de verhoogde uitval van melkvee door mastitis. Soms is zelfs de aansprakelijkheid voor directe schade beperkt tot uitsluitend de plicht tot herstel. De inperking van de aansprakelijkheid van de verkoper in zijn algemene voorwaarden kan alleen worden doorbroken als sprake is van grove schuld aan de zijde van de verkoper.

Indien de melkveehouder een specifieke (garantie)voorwaarde heeft bedongen of de leverancier een specifieke toezegging heeft gedaan die schriftelijk is vastgelegd (bijvoorbeeld in de opdrachtbevestiging), kan dat beding of die toezegging de algemene voorwaarden van de dealer (deels) opzij zetten.

Voor meer informatie kunt u terecht bij mr. Annemijn Dijkstra of mr. Kees van Schaik op ons kantoor te Zwolle, tel. 088-888 66 50. Telefonisch advies is gratis voor LTO Noord-leden.